Blog
Een goede vragenlijst maken – Hoe doe je dat?
Je ziet overal vragenlijsten. Ook bij het meten van impact maken we op verschillende manieren gebruik van vragenlijsten. In allerlei soorten en maten. Maar wat maakt er één écht goed? We leggen je graag uit (in gewone taal) waar een goede vraag en een goede vragenlijst aan moeten voldoen. Je krijgt meteen handige tips, voorbeelden en een kort stappenplan.
Een goede vragenlijst meet wat je echt wilt weten, doet dat betrouwbaar en is begrijpelijk voor iedereen.
1. Wat is een “goede vraag”?
Een goede vraag is voor iedereen makkelijk te begrijpen en makkelijk te beantwoorden. Dat lukt met deze regels:
- Eén onderwerp per vraag
Niet: “Ik voel me fit en ontspannen.”
Wel: “Ik voel me fit.” (en apart: “Ik voel me ontspannen.”) - Wees concreet en noem een tijd
Niet: “De laatste tijd slaap ik goed.”
Wel: “In de afgelopen 4 weken sliep ik goed.” - Gebruik gewone woorden (B1-taal)
Niet: “Ervaart u psychosociale belasting?”
Wel: “Had je stress door werk?” - Blijf neutraal (niet sturen)
Niet: “Vindt u ook dat de begeleiding goed is?”
Wel: “Hoe tevreden ben je met de begeleiding?” - Duidelijke antwoordopties
Kies een schaal die logisch oploopt (bijv. 1 = helemaal niet, 5 = helemaal wel).
Voeg waar nodig “weet ik niet / niet van toepassing” toe.
Voorbeeld:
Slechte vraag: “Ik heb vaak last van stress en ik werk te hard.”
Beter om het in 2 vragen te verwerken:
-
- “In de afgelopen 4 weken had ik vaak stress.” [1 = helemaal niet, 5 = helemaal wel)]
- “In de afgelopen 4 weken werkte ik te hard.” [1 = helemaal niet, 5 = helemaal wel)]
2. Antwoordschalen kiezen (zonder gedoe)
- Hoeveel punten?
5 punten is vaak precies goed (1–5). 7 kan als je heel fijn wil meten. - Ankers (woorden bij de cijfers):
Label in elk geval de uitersten en liefst alle punten voor meer duidelijkheid. - Altijd dezelfde richting:
Laat 1 = weinig/negatief en 5 = veel/positief (of andersom), en wissel niet tussendoor. - Optie “weet ik niet / n.v.t.”
Beter dan gokken of leeg laten. - Een handige standaard (om te kopiëren)
1 = helemaal niet · 2 = een beetje · 3 = deels · 4 = grotendeels · 5 = helemaal
* weet ik niet / n.v.t.
3. Wat is een “goede vragenlijst” als geheel?
Een goede vragenlijst:
- Meet wat jij echt wilt weten
Sluit elk onderwerp (bijv. zelfvertrouwen, meedoen, zelfstandigheid) aan op je doel. - Doet dat steeds op dezelfde manier
Als er niets verandert in het echte leven, moet de score ongeveer gelijk blijven. - Ziet verandering als die er wél is
Na een training of interventie moet de score mee veranderen. - Is begrijpelijk en niet te lang
Liever kort en duidelijk dan lang en onduidelijk. - Is eerlijk en veilig
Leg uit waarom je meet, wat je met de antwoorden doet, en hoe je privacy beschermt.
Kort gezegd: het juiste meten, op een betrouwbare manier, zonder onnodige ballast.
4. Stappenplan: in 7 simpele stappen naar een vragenlijst
- Bepaal het doel
Wat wil je laten zien of aantonen? Schrijf 2–5 hoofdonderwerpen op. Bijvoorbeeld: groeien mensen in zelfvertrouwen of zelfstandigheid? - Bedenk vragen per onderwerp
Voor elk onderwerp 3–6 korte vragen. Hou het bij één idee per vraag. - Schaal kiezen + tijdvak vastleggen
Bijvoorbeeld 5-puntsschaal en het tijdvak “afgelopen 4 weken”. - Volgorde en vormgeving
Begin met makkelijke, neutrale vragen. Groepeer per onderwerp. Demografie (leeftijd e.d.) zet je aan het eind van de vraag. - Test je vragen op begrijpelijkheid, doe een proef met 5–10 personen en laat ze hardop denken
Laat mensen de vragen voorlezen en uitleggen wat ze denken dat er wordt gevraagd. Pas de woorden aan die vaag zijn of meerdere interpretaties hebben - Probeer het in de praktijk met een kleine pilot (bijv. 30–100 mensen)
Check na de pilot: de invultijd, welke antwoorden zijn “leeg”, vragen die altijd “altijd 5” worden (te makkelijk), enz. - Handleiding maken
Leg vast wat het doel is, hoe je moet scoren en wat de uitkomst betekent. Vanaf nu niet meer veranderen, zodat je eerlijk kunt vergelijken door de tijd.
5. Veelgemaakte fouten (en snelle oplossingen)
- Dubbele vragen (“fit én ontspannen”) → splits ze op in 2 vragen.
- Vage tijd (“laatste tijd”) → noem een duidelijke periode (“afgelopen 4 weken”).
- Sturende toon (“vindt u ook…”) → neutraal formuleren.
- Omgekeerde zinnen door elkaar (“niet ontevreden…”) → vermijden of duidelijk scoren.
- Te veel open vragen → spaarzaam: 1–2 open vragen is vaak genoeg.
- Vermijd jargon → gebruik gewone woorden of beschrijf een kort voorbeeld erbij.
- Rommelige schalen (1 = positief, later 1 = negatief) → gebruik één vaste richting.
6. Tips & trucs die meteen resultaat geven
- Eerst oefenen op papier: als je een vraag niet in één korte zin krijgt, is de vraag te groot.
- Gebruik voorbeelden bij lastige begrippen (“Met ‘meedoen’ bedoelen we: sportclub, buurt, werk, opleiding”).
- Hou het kort: 5–10 minuten invultijd is top.
- Mobiel-proof: veel mensen vullen op de telefoon in → korte zinnen, geen piepkleine knoppen.
- Zeg wat je teruggeeft: “Je krijgt na afloop een korte samenvatting van je antwoorden.”
- Zet privacy in het begin: “We gebruiken de antwoorden alleen voor [doel]. Naam is optioneel.”
7. Mini-checklist (om naast je toetsenbord te leggen)
- Eén onderwerp per vraag
- Tijdvak genoemd (“afgelopen 4 weken”)
- B1-taal, geen jargon
- Neutrale formulering
- Duidelijke 5-puntsschaal, altijd dezelfde richting
- Optie “weet ik niet / n.v.t.” waar nodig
- Logische volgorde (makkelijk → moeilijk, thema’s bij elkaar)
- Getest met 5–10 mensen (hardop denken)
- Korte pilot gedaan (invultijd, lege antwoorden, “altijd 5”-vragen)
- Handleiding met afname, scoring en interpretatie
8. Voorbeeld (direct bruikbaar)
Onderwerp: Zelfvertrouwen (afgelopen 4 weken)
- “Ik had vertrouwen in mijn eigen kunnen.” [1–5]
- “Ik durfde nieuwe taken op te pakken.” [1–5]
- “Ik voelde me onzeker.” (omkeren bij de score) [1–5]
Schaal: 1 = helemaal niet · 2 = een beetje · 3 = deels · 4 = grotendeels · 5 = helemaal
Scoring: tel de drie scores op (vraag 3 eerst omkeren: 1↔5, 2↔4, 3 blijft 3).
Uitleg: hogere totaalscore = meer zelfvertrouwen.
Tot slot
Een goede vragenlijst helpt je om de ontwikkeling van mensen zichtbaar te maken en om te leren van je eigen trajecten of projecten.
Het is niet alleen een meetinstrument, maar ook een gespreksstarter: het helpt begeleiders, deelnemers en organisaties om samen te reflecteren op groei en impact.
Wij werken dagelijks met vragenlijsten rond thema’s als arbeidsparticipatie, sociale inclusie en mentale gezondheid. We helpen organisaties om deze vragenlijsten slim en gestructureerd in te zetten, zodat de data van de antwoorden ook echt iets vertelt.
Wil je weten hoe je dit kunt doen binnen jouw organisatie?
👉 Neem contact met ons op!
Meer weten of demo aanvragen?
Wil je weten wat Servates kan betekenen voor de sociale organisatie waar jij werkzaam bent? Neem dan contact met ons op. Onze medewerkers staan je graag te woord!
